Erfelijke ziekte bij raskatten

Bij katten komen erfelijke ziekte voor. In de lijst hieronder vindt u verschillende erfelijke aandoendingen die bij de Maine Coon en/of de Heilige Birmaan voor kunnen komen. Het is belangrijk dat beide ouders van een kitten een DNA test hebben gehad voor onderstaande ziekte:

 

K725 / K799 Hypertrofische cardiomyopathie (HCM) (hartziekte door verdikte hartspier)

Cardiomyopathie is een ander woord voor hartspierziekte. Bij hypertrofische cardiomyopathie (HCM) is de hartspier veel te dik geworden, waardoor er in het hart nauwelijks nog ruimte is voor bloed. Er wordt per hartslag minder bloed rondgepompt. Om toch voldoende bloed rond te pompen moet het hart sneller werken, waardoor de hartslag omhoog gaat en de hartspier nóg dikker wordt. Het is een vicieuze cirkel waarbij het hart snel achteruit gaat. Door de afwijkende bloedstroom ontstaan er gemakkelijk bloedpropjes (trombose). Klachten zijn: hoge bloeddruk, snelle ademhaling, geen inspanning kunnen verrichten, en in een later stadium benauwdheid. Door trombose in de bloedvaten van de achterpoten ontstaat soms verlamming.

Het hart kan heel plots stoppen met werken met de dood tot gevolg, zelfs zonder voorafgaande klachten.

 

K754 Pyruvaatkinase deficiëntie (PK)(verstoorde energiestofwisseling van de rode bloedcellen)

Pyruvaatkinase (PK) is een enzym (eiwit) dat essentieel is voor de energieproductie in rode bloedcellen. Bij Pyruvaatkinase deficiëntie is dit enzym afwezig. Daardoor worden rode bloedcellen versneld afgebroken, met als gevolg bloedarmoede. Aangezien bloed zuurstof vervoert naar alle organen, is er bij bloedarmoede zuurstofgebrek in alle organen. Dieren met bloedarmoede zijn daardoor snel moe, hebben bleke slijmvliezen en een hoge hartslag. Snelle afbraak van rode bloedcellen gaat bovendien gepaard met geelverkleuring van het bloedplasma en is zichtbaar in het oogwit en op de huid en slijmvliezen.

Katten met deze aandoening kunnen al op jonge leeftijd ziek worden, zeker als er stress meespeelt. Als er alleen bloedarmoede is, kan een kat daar lange tijd weinig hinder van ondervinden en wordt de ziekte pas op late leeftijd onderkend.

 

K767 Spinale Musculaire Atrofie (SMA) (degeneratie van zenuwen)

Bij spinale musculaire atrofie (SMA) sterven de zenuwcellen, die de skeletspieren aansturen, af. SMA komt voor in verschillende gradaties, van mild tot dodelijk. In het laatste geval treedt sterfte vaak al in de baarmoeder op.

De afwijking is met name zichtbaar in de spieren. Er kan afbraak van spieren optreden, en vertraagd herstel van de spieren na inspanning. De eerste spierzwakte treedt op als de kittens drie of vier maanden oud zijn, ze kunnen niet meer goed lopen en springen. Als ze tussen gaan de vijf en twaalf maanden oud zijn, gaan ze een zwaai met de poot maken vanuit het bekken. Ze hebben geen pijn, en er zijn katten die met deze aandoening negen jaar oud zijn geworden.

 

K711 Polycystic kidney disease (PKD) (cystenieren)

Bij katten met polycystic kidney disease (PKD) ontstaan in de loop van hun leven blaasjes(cysten) in de nieren. Deze blaasjes verdrukken het nierweefsel, waardoor de nieren op een bepaald moment niet meer kunnen functioneren. Er ontstaat nierfalen. Dit leidt tot verminderde eetlust, overmatig drinken en gewichtsverlies. Meestal sterven katten met PKD op een leeftijd van vier tot acht jaar aan de gevolgen van nierfalen.
Een dominant mutatie in het PKD1-gen kan gelinkt worden aan PKD bij de kat. Vanwege de dominante overerving wordt het dus snel verspreid.

 

K640 / K646 / K647 KGM1 / GM2 gangliosidosis (degeneratie van zenuwen)

GM1 en GM2 gangliosidosis zijn stofwisselingsziekten. Bij beide ziekten worden afvalstoffen niet goed afgebroken en stapelen in cellen (de lysosomen) in milt, lever nieren en hersenen. Het stapelen van de afvalstoffen is giftig voor de cellen. Vooral in de hersenen geeft dat grote problemen. De verschijnselen beginnen op een leeftijd van zes tot acht weken met het trillen van kop en poten. Vervolgens verzwakt de coördinatie en het dier gaat wijdbeens lopen, struikelen en vallen. Enige weken later volgt verlamming van de achterpoten, een schorre, piepende mauw, blindheid, extreem gevoelige reacties op harde geluiden en aanvallen van epilepsie.

 

Virussen, ziekte of parasieten die via een Snaptest opgespoort kunnen worden:

Feline infectieuze peritonitis (FIP) (besmettelijke buikvliesontsteking)

FIP is een ernstige ziekte bij katten die wordt veroorzaakt door een veelvoorkomend diarreevirus (het coronavirus). Het coronavirus is op zich niet gevaarlijk voor de kat: na een dagje diarree zijn de meeste katten er verder niet ziek van. Het immuunsysteem verwijdert het virus weer uit het lichaam.

Bij enkele katten verandert de onschuldige darmvorm van het virus echter in een kwaadaardige variant die ontstekingen elders in het lichaam veroorzaakt. Deze ziekte noemen we FIP (Feline Infectieuze Peritonitis, besmettelijke buikvliesontsteking van de kat). Deze ziekte is wel ernstig.

Bij de natte vorm van FIP staat er veel vocht in de buikholte van de kat. Ook het borstvlies kan ontstoken zijn: er staat dan vocht in de borstkas. Symptomen zijn: benauwdheid, bolle buik, vermageren en slecht eten.

Bij de droge vorm van FIP worden er organen aangetast zoals de lever, de nieren, de darmen, de hersenen of het ruggenmerg. Welke symptomen er optreden, hangt af van welke organen er zijn aangetast. Symptomen kunnen zijn: vermageren, slecht eten, geelzucht (leveraantasting), gedragsveranderingen (hersenaantasting), troebele ogen (oogaantasting), veel drinken en veel plassen(nieraantasting)

Sommige dieren hebben een mengvorm: nat en droog..

Elke kat kan de pech hebben om FIP te krijgen. Bij de hieronder genoemde raskatten wordt FIP veel vaker gezien dan bij niet-raskatten. Katten die in een huis wonen met zes of meer andere katten, hebben een verhoogde kans op het ontwikkelen van FIP. 90 procent van de katten met FIP is minder dan een jaar oud. De overige 10 procent is vaak ouder dan tien jaar.

De basis voor het ontwikkelen van FIP is een virusinfectie. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt een erfelijk verhoogde gevoeligheid bij raskatten, waarschijnlijk is de genetische basis hiervoor gelegen in het imuunsysteem. Als er FIP voorkomt in een cattery dan wordt fokken met deze oudercombinatie afgeraden door het stamboek en door virologen, bovenop de algemeen geldende hygiëne maatregelen.

 

Feline Leukemievirus (felv)

Het Feline Leukemie Virus (FeLV) is een virus dat wereldwijd voorkomt bij katten. FeLV is een belangrijke oorzaak van ziekte en overlijden bij katten. Een kat die blijvend (persistent) geïnfecteerd is met dit virus heeft een grote kans op het krijgen van allerlei ernstige ziekten zoals bloedarmoede, aantasting van het afweersysteem en het ontwikkelen van kanker. Er wordt geschat dat 70 tot 90 procent van alle blijvend geïnfecteerde katten overlijdt binnen twee à drie jaar nadat de infectie ontdekt is.

FeLV behoort tot dezelfde virusfamilie als het kattenaidsvirus (FIV), namelijk de familie der Retroviridae. Het virus heeft de mogelijkheid om tumoren te laten ontstaan. Daarnaast kan een FeLV infectie leiden tot bloedarmoede en kan FeLV het afweersysteem aantasten. Het virus tast dan de bloedcellen van het afweersysteem aan waardoor deze afsterven of beschadigd raken. Hierdoor wordt een kat gevoeliger voor andere aandoeningen en infecties. Veel katten overlijden aan complicaties door een verminderd afweersysteem, en niet aan tumoren.

 

Giardia (darmparasiet)

Giardia is een darmparasiet. Vooral bij jonge dieren komen Giardia infecties (giardiase genoemd) vrij regelmatig voor. Dit veroorzaakt dan meestal diarree. Dieren kunnen ook besmet zijn zonder dat ze symptomen hebben. Ze kunnen de besmetting dan wel via hun ontlasting doorgeven aan andere dieren. Ook bij de mens komt Giardia voor. Hier leest u meer over de parasiet, de manieren van besmetting, de ziekteverschijnselen en over behandeling en preventie.

Giardia is een parasiet die kan voorkomen in de darmen van zowel dieren als mensen. Voluit heet de parasiet Giardia duodenalis, ook wel Giardia intestinalis of Giardia lamblia genoemd. Het is een protozo (eencellige) die voorkomt als twee verschillende stadia: als trofozoiet en als cyste.

Giardia leeft in het darmkanaal als trofozoiet, een stadium dat er uitziet als een peervorm met zweephaartjes om zich voort te bewegen. In de trofozoiet zitten twee kernen, wat hem onder de microsoop soms het uiterlijk geeft van een gezichtje met twee grote ogen. Met behulp van een zuignap hecht de trofozoiet aan de darmwand vast. In de darm kan de trofozoiet zich vermenigvuldigen door zich te delen. De trofozoiet kan niet overleven buiten het lichaam.

Als de trofozoiet met de ontlasting aan het einde van het darmkanaal komt, vormt hij een beschermende laag om zich heen en wordt hij inactief. De parasiet zit dan in een cyste. Op deze wijze kan Giardia meerdere maanden in de omgeving blijven voortbestaan. De cysten overleven het langst onder vochtige, koele omstandigheden maar kunnen niet goed tegen droogte en hitte. Deze cysten zijn besmettelijk. Als een cyste wordt opgenomen via mond of bek, komen er, na contact met maagzuur in het maag-darmkanaal, weer trofozoieten uit die voortbewegen en zich gaan vermeerderen.

 

Aandoendingen die via Echo, Röntgen of lichamelijk onderzoek kunnen worden vastgesteld:

Heupdysplasie (HD) (ontwikkelingsstoornis heup)

Heupdysplasie (HD) is een afwijking aan het heupgewricht. De heupkop en heupkom passen niet goed in elkaar, waardoor het heupgewricht te beweeglijk is. Deze instabiliteit geeft een onhandige wiebelige gang en versnelt de slijtage in het gewricht. Er ontstaat op jonge leeftijd artrose en dat is erg pijnlijk.

 

Patella luxatie (PL) (losse knieschijf)

Patella luxatie is een afwijking van de knie, waarbij de knieschijf (patella) van zijn plaats schiet naar de zijkant van de knie. De kat kan zijn poot op dat moment niet meer op een normale manier buigen en strekken, en gaat mank lopen. Als de knieschijf vaak van de knie schiet, ontstaat er versnelde slijtage. Oorzaken van dit probleem zijn een afwijkende vorm van de knie of afwijkingen aan de heupen (heupdysplasie). Meestal zijn beide knieën aangedaan en wordt het gezien bij jonge katten.

 

Bron: https://www.licg.nl/ en https://www.dierenrecht.nl/